Slaapzak kiezen op comforttemperatuur, vulling en vorm

Slaapzak kiezen op comforttemperatuur, vulling en vorm

Slaapzak kiezen voor je kampeertrip? Zo lees je het temperatuurlabel, kies je tussen dons en synthetisch en vind je de vorm die bij je slaapstijl past.

Een slaapzak kiezen begint bij één getal op het label: de comforttemperatuur. Ligt die lager dan de koudste nacht die je verwacht als je gaat kamperen, dan zit je goed. Daarna bepalen de vulling en de vorm hoeveel de slaapzak weegt, hoe klein hij inpakt en hoeveel ruimte je hebt. Je slaapmat en de kleding waarin je slaapt, tellen mee in hoe warm je uiteindelijk ligt.

Dit artikel gaat over slaapzakken voor kamperen; slaapzakken voor baby’s vallen erbuiten.

Comfort, limiet en extreem op het slaapzaklabel

Op de meeste slaapzakken staan drie temperaturen. Ze komen uit een norm: eerst de Europese EN 13537, sinds 2017 de internationale EN ISO 23537. Een laboratorium meet daarvoor met een verwarmde testpop hoeveel warmte de slaapzak vasthoudt en rekent dat om naar drie grenzen (bron: Cumulus). Een merk dat volgens de norm laat testen, gebruikt dezelfde methode als andere merken, dus met deze getallen vergelijk je slaapzakken van verschillende fabrikanten. Een garantie zijn die getallen niet: bij één slaapzak zag Cumulus de limiettemperatuur tussen laboratoria 22 graden verschillen.

Waarde

Gemeten voor

Wat het betekent

Comfort

Een vrouw van 25 jaar en 1,60 meter, ontspannen liggend

Je slaapt rustig zonder het koud te krijgen

Limiet

Een man van 25 jaar en 1,73 meter, opgerold liggend

Je slaapt door, maar je lichaam werkt al om warm te blijven

Extreem

Een vrouw van 25 jaar en 1,60 meter, opgerold liggend

Een overlevingsgrens van maximaal zes uur waarin je het hevig koud hebt; geen temperatuur om een nacht op te plannen

Soms staat er nog een vierde waarde bij, de bovengrens: tot die temperatuur slaap je zonder te zweten met de rits open. Op de labels van gangbare slaapzakken zie je die zelden (bron: Australian Hiker).

Welke temperatuur past bij jouw kampeertrip?

Zoek eerst op hoe koud het ’s nachts wordt op je bestemming, in de maand dat je gaat. Leg dat getal daarna naast het label. Welke waarde je gebruikt, hangt af van hoe jij slaapt:

Jouw situatie

Kijk naar

Je krijgt het snel koud of slaapt graag ontspannen op je rug

De comforttemperatuur

Je slaapt warm en neemt een koude nacht op de koop toe

De limiettemperatuur als koudste grens

De extreemtemperatuur laat je bij het kiezen helemaal buiten beschouwing (bron: Cumulus). Een slaapzak met een extreemwaarde van min tien is dus geen slaapzak voor een nacht van min tien.

Plan je een outdoorvakantie in de bergen of in het voor- of najaar, reken dan op koudere nachten dan je thuis gewend bent. Neem liever een paar graden te veel dan te weinig. Te warm los je op door de rits open te zetten. Te koud los je midden in de nacht niet zo makkelijk op.

Dons of synthetische vulling

De vulling bepaalt hoe zwaar de slaapzak is en hoe klein je hem inpakt. Bij dezelfde warmte is een donzen slaapzak lichter en compacter dan een synthetische, wat vooral telt als je alles in je rugzak draagt. Dons heeft één zwakke plek: wordt het nat, dan isoleert het veel minder. Een synthetische slaapzak blijft warm als hij vochtig is, maar weegt meer en laat zich minder ver samendrukken (bron: Naturehike).

  • Dons past bij trektochten, fietsvakanties en kamperen in droge, koude omstandigheden.
  • Synthetisch past bij kamperen met de auto, in een vochtig klimaat of als je niet zeker weet of je de slaapzak droog houdt.

Welke vorm en lengte passen bij jou?

De twee vormen die je het vaakst ziet, zijn de dekenslaapzak en de mummieslaapzak. Een dekenslaapzak lijkt op een gewone deken en geeft je ruimte om te draaien. Veel dekenslaapzakken rits je aan elkaar tot één tweepersoonsslaapzak, maar dan moeten ze van hetzelfde merk en model zijn, anders passen de ritsen niet op elkaar (bron: Kampeerhal Roden). Door die ruime vorm weegt een dekenslaapzak meer en pakt hij groter in.

Een mummieslaapzak loopt taps toe naar je voeten en sluit nauw om je lichaam, vaak met een capuchon. Daardoor hoeft hij minder lucht op te warmen en is hij bij hetzelfde gewicht warmer. Zijslapers en woelers voelen zich er soms in opgesloten. Voor hen bestaan er ook bredere mummiemodellen.

Voor de lengte geldt als vuistregel je lichaamslengte plus twintig tot vijfentwintig centimeter (bron: Kampeerhal Roden). In een te korte slaapzak lig je krap. Een te lange laat lege ruimte over die je zelf moet opwarmen.

Je slaapmat en kleding tellen mee

De temperaturen op het label gaan uit van een testpop die op een isolerende mat ligt en dun thermisch ondergoed draagt (bron: Cumulus). Lig je op een dunne mat of slaap je in je dagkleding, dan wijkt je nacht af van de situatie waarvoor het label geldt. De vulling onder je lichaam wordt platgedrukt door je gewicht, dus de kou van de grond houdt vooral je mat tegen. Hoe goed een mat daartegen isoleert, lees je af aan de R-waarde: hoe hoger het getal, hoe warmer je ligt.

Ook wat je aantrekt maakt verschil. Droge outdoorkleding die je alleen voor de nacht gebruikt, zoals een thermische basislaag, houdt je warmer dan de kleding waarin je overdag gezweet hebt. Krijg je het toch koud, zet dan een muts op, trek een extra jas aan en leg de slaapzak zo dat hij de vochtige wand van je tent niet raakt. Strak opgerold liggen helpt minder dan je denkt: in een nauwe slaapzak druk je zo de vulling samen op de plekken waar je die het hardst nodig hebt (bron: Cumulus).

Slaapzak kiezen in vier stappen

  1. Zoek de laagste nachttemperatuur op je bestemming op.
  2. Kies een slaapzak met een comforttemperatuur onder dat getal. Slaap je warm, dan mag de limiet onder dat getal liggen.
  3. Kies dons als gewicht en pakmaat tellen, synthetisch als de slaapzak vochtig kan worden.
  4. Kies een mummieslaapzak voor warmte of een dekenslaapzak voor ruimte. Neem de slaapzak twintig tot vijfentwintig centimeter langer dan jijzelf.

Vergelijkbare berichten