Tent opzetten stap voor stap
Tent opzetten? Volg het stappenplan van plek kiezen tot scheerlijnen spannen, lees welke haring bij welke grond past en hoe je je tent droog afbreekt.
Je komt aan op de camping, het is zes uur en over een uur is het donker. Wie dan nog moet uitzoeken welke stok in welke sleuf hoort, zet het laatste stuk op bij het licht van een hoofdlamp. Een tent opzetten gaat het vlotst in een vaste volgorde: eerst de plek, dan het grondzeil, dan de stokken en pas daarna de haringen en de scheerlijnen. De ondergrond bepaalt welke haring je nodig hebt en de wind bepaalt hoe je tent komt te staan.
Test je tent thuis voor vertrek
Een nieuwe tent zet je het best één keer op in de tuin of op een grasveld in de buurt. Zo zie je of alle onderdelen er zijn en hoe het frame in elkaar zit, zonder dat er een hele camping meekijkt. Probeer bij het oefenen meteen je andere spullen voor het kamperen uit: blaas het luchtbed op om lekken te vinden en sluit het kooktoestel aan op het gas.
Loop bij het inpakken deze onderdelen na:
- de binnen- en buitentent, zonder scheuren of kapotte ritsen
- alle tentstokken, zonder barstjes en met een heel elastiek
- haringen, plus een paar extra voor als er een krom gaat
- scheerlijnen en eventueel stormlijnen
- een grondzeil dat kleiner is dan de tentvloer
Heeft je tent stokken die op elkaar lijken, markeer ze dan met gekleurde tape. Op de camping zie je dan meteen welke stok bij welke sleuf hoort.
De plek kiezen voor je tent
Met de plek win of verlies je de meeste nachtrust. Let op vier dingen:
- Vlak terrein. Op een helling rol je ’s nachts naar één kant. Is er geen vlakke plek, leg dan je hoofd aan de hoge kant.
- Iets hoger dan de omgeving. Bij een bui stroomt het water naar het laagste punt, dus een kuil of laagte vermijd je.
- Geen stenen, takken of dennenappels. Haal ze weg, want ze prikken door je grondzeil en tentvloer.
- Kijk omhoog. Een boom geeft schaduw, maar ook hars, vogelpoep en soms een dode tak die bij harde wind naar beneden komt.
Kijk ook waar de wind vandaan komt. In het winterhalfjaar waait de wind in Nederland het vaakst uit het zuidwesten. Bij die windrichting valt dan ook de meeste regen (bron: KNMI). Een koepeltent zet je met de ingang van de wind af, anders blaast de wind hem op als een ballon zodra je de ingang opent. Een tunneltent staat het stevigst als de wind schuin tegen de korte kant komt waar de luifel zit.
Het stappenplan om je tent op te zetten
Dit stappenplan gaat uit van een tunneltent met stokken. Bij een koepeltent zijn de eerste drie stappen hetzelfde. Daarna schuif je de stokken door sleuven of klik je ze vast aan haakjes van de binnentent, afhankelijk van het model. Een pop-uptent of opblaasbare tent staat sneller, maar ook daar komen de plek en het grondzeil eerst.
- Spreid het grondzeil uit op de gekozen plek. Het zeil mag nergens onder de tent uitsteken, anders vangt het regen op die dan tussen zeil en tentvloer blijft staan.
- Leg de tent op het grondzeil, met de ingang aan de kant die je wilt. Waait het, zet dan meteen alle vier de hoeken vast, zodat de wind de tent niet meeneemt.
- Sluit alle ritsen. Span je de tent met open ritsen, dan krijg je de deuren daarna niet meer goed dicht.
- Zet de stokken in elkaar zonder het elastiek onnodig op te rekken. Leg elke stok bij de sleuf waar hij in hoort.
- Schuif alle stokken door de sleuven voordat je er spanning op zet. Steek de uiteinden daarna in de ringen of pinnen aan de tent.
- Zet de twee achterste hoeken vast met haringen.
- Trek de tent overeind, klik de clips aan de stokken en zet ook de voorste hoeken en de overige punten vast.
- Span de scheerlijnen. Heeft je tent een luifel, dan schuif je de luifelstok er als allerlaatste in.
Welke haring bij welke ondergrond
De haringen die bij een tent zitten, zijn meestal gemaakt voor zachte grasgrond. Daarmee red je je op de meeste Nederlandse campings, maar op zand, klei of rots heb je iets anders nodig (bron: ANWB).
|
Ondergrond |
Haring die houvast geeft |
|
Zachte grasgrond |
Stalen haringen of stalen pennen |
|
Zand |
Brede kunststof haringen met schroefdraad |
|
Harde klei |
Lange stalen rotspennen |
|
Rots |
Massieve rotspennen of haringen met een hamerpunt |
|
Strand of sneeuw |
Extra brede of geperforeerde zandharingen |
Weet je niet wat voor grond je op je bestemming treft, neem dan een mix mee. Duw elke haring zo diep in de grond dat je de lus van de tent er nog net overheen krijgt. Is de grond te hard om de haring met de hand in te duwen, sla hem dan in met een rubberen hamer of, als je die niet bij je hebt, met een grote steen.
Afspannen tot de tent strak staat
Een tent staat pas goed als het doek strak hangt. Verzet de haringen tot de buitentent nergens tegen de binnentent aan ligt. Raken die twee elkaar, dan krijg je condens in de tent en op termijn schimmel. Zorg er ook voor dat de naden van de buitentent gelijk lopen met die van de binnentent en met de stokken.
Verwacht je harde wind, zet dan ook de stormlijnen vast. Gebruik daarvoor de lussen die ter hoogte van een stok zitten. Heb je maar een paar stormlijnen, zet ze dan aan de loefzijde: de kant waar de wind op de tent blaast.
Tent opzetten bij regen of in je eentje
Bij regen blijft het stappenplan hetzelfde, maar het werk is niet klaar als de tent staat. Controleer de spanning een paar keer, want nat tentdoek rekt uit en gaat slap hangen. Is er noodweer voorspeld en staat de camping het toe, graaf dan een greppel van zo’n 20 centimeter diep rond de tent, zodat het water wegloopt (bron: A.S.Adventure).
Opzetten in de regen betekent ook dat je zelf een tijd buiten staat. Bij gewoon Nederlands weer houdt outdoorkleding met een waterkolom van 5.000 tot 10.000 mm je droog. Sta je lang in de regen, kies dan een hogere waterkolom (bron: ANWB).
Een kleine tent zet je meestal prima alleen op, met de volgorde uit stap 6 en 7: eerst de achterste hoeken vast, dan pas overeind trekken. Een grote familietent zet je beter met z’n tweeën op.
Je tent afbreken zonder schade
Afbreken gaat in omgekeerde volgorde, met een paar gewoonten die je tent langer laten meegaan:
- Maak de tent leeg en veeg de vloer uit met een zachte borstel. Rol je slaapzak en mat alvast op.
- Laat de tent zo goed mogelijk drogen terwijl hij nog staat. Moet hij daarna nog verder drogen, hang hem dan niet over een struik of heg, want daaraan scheurt het doek.
- Trek de haringen uit de grond, die van de stormlijnen als laatste.
- Duw de stokken uit de sleuven in plaats van eraan te trekken. Trek je, dan schuiven de delen in de sleuf uit elkaar.
- Sluit alle ritsen, zodat je de tent de volgende keer meteen goed kunt spannen.
- Rol de tent op in plaats van hem steeds langs dezelfde lijnen te vouwen. Doek dat je telkens op dezelfde plek vouwt, slijt daar en gaat lekken.
Thuis berg je de tent niet op in een waterdichte zak, maar leg je hem open op een droge plek, zoals de zolder. Zo kan het doek luchten en krijgt schimmel geen kans.
