Kamperen: waar je slaapt en wat je meeneemt

Kamperen: waar je slaapt en wat je meeneemt

Nederlandse campings ontvangen per jaar ruim 5 miljoen gasten, samen goed voor meer dan 26 miljoen overnachtingen (bron: CBS-cijfers, gepubliceerd door ACSI, KCI en BOVAG). Wie voor het eerst gaat kamperen, volgt dus een platgetreden pad. Toch maak je vooraf drie keuzes: waar je slaapt, welke kampeerspullen je ’s nachts warm en droog houden en waar je tent mag staan. Dat laatste is minder vanzelfsprekend dan het lijkt, want wildkamperen is in Nederland niet toegestaan.

Vijf manieren om te kamperen in Nederland

Hoeveel spullen je meeneemt, hangt vooral af van waar je overnacht. Op een camping met een sanitairgebouw red je je met minder dan op een terrein midden in het bos.

Overnachtingsvorm

Wat je er vindt

Past bij

Camping

Staanplaatsen met sanitair; stroom en extra’s als een winkel of zwembad verschillen per camping

Wie comfort en hulp dichtbij wil

Natuurkampeerterrein

Een rustige kampeerplek midden in de natuur

Wie rust zoekt en weinig nodig heeft

Boerencamping

Een kleinschalige camping op of bij een boerderij

Wie drukte wil vermijden

Wildkampeerplek

Een aangewezen plek in de natuur, zonder voorzieningen

Wie volledig zelfvoorzienend kampeert

Huuraccommodatie of glamping

Een ingerichte tent, lodge of chalet op een camping

Wie de sfeer van een camping wil zonder eigen uitrusting

Voor een eerste keer is een gewone camping de veiligste start. Lukt het opzetten niet of mis je iets, dan zijn hulp en sanitair binnen loopafstand. Wie meteen de natuur in wil, zoekt een natuurkampeerterrein. Landgoed Quadenoord aan de rand van de Veluwe heeft bijvoorbeeld alleen een klein toiletgebouw (bron: ANWB). Omdat je kamperen met bijna elke buitenactiviteit combineert, is een tent de uitvalsbasis van veel outdoor vakanties.

Kampeerspullen voor je eerste nacht in de tent

De lijst met kampeerspullen die je echt nodig hebt, is korter dan een kampeerwinkel doet vermoeden. Begin met wat je onderdak, warmte en eten geeft:

  • een tent met ruimte voor je bagage, niet alleen voor de slapers
  • een slaapzak die past bij de nachttemperatuur
  • een slaapmat of luchtbed, plus een reparatiesetje
  • een hoofdlamp of zaklamp
  • een kooktoestel op gas, een pan en bestek
  • regenkleding en een warme laag voor de avond

Een luifel, koelbox of campingkeuken schaf je pas aan als je weet dat kamperen bij je past. Zoek je uitrusting die jaren meegaat, kijk dan naar duurzame outdoormerken, die letten op de materialen en de manier waarop hun spullen gemaakt zijn.

Slaapmat en slaapzak: let op de R-waarde

Wie het ’s nachts koud krijgt, kijkt meestal eerst naar de slaapzak. Je slaapmat bepaalt minstens zo sterk hoe warm je ligt, want de kou trekt vanuit de grond omhoog. De R-waarde geeft aan hoe goed een mat daartegen isoleert: hoe hoger het getal, hoe warmer je ligt.

Voor zomernachten boven de 5 graden volstaat een mat tot R 2,5. Ga je in het voor- of najaar, neem dan een mat tussen R 2,5 en 4,5 (bron: Toppy). Heb je alleen een dunne mat, leg er dan een tweede onder, want de R-waarden tellen bij elkaar op.

Wildkamperen in Nederland mag niet, op deze plekken wel

Je tent zomaar in een bos of op de hei opzetten is in Nederland niet toegestaan (bron: ANWB). Tot 2020 regelde Staatsbosbeheer nog officiële paalkampeerplekken, kleine plekken in de natuur waar je legaal mocht overnachten. Tegenwoordig beheert Stichting Wildkamperen een aantal van zulke plekken en houdt de stichting een kaart bij met legale plekken in Nederland en België.

Over de grens gelden andere regels. In Noorwegen en Zweden mag je dankzij het allemansrecht bijna overal je tent opzetten, zolang je ruim afstand houdt van bewoonde huizen. Ook in Schotland is wildkamperen bijna overal toegestaan, terwijl België het beperkt tot aangewezen bivakzones (bron: ANWB). Overal geldt hetzelfde: maak geen vuur buiten een aangelegde vuurplaats en neem al je afval weer mee.

Je eerste kampeertrip zonder verrassingen

Een tent die je voor het eerst opzet op een winderig veld, kost meer tijd dan je denkt. Met vier dingen voorkom je de meeste tegenvallers:

  1. Zet je tent thuis één keer op, sluit het kooktoestel aan en blaas het luchtbed op om lekken op te sporen.
  2. Check vlak voor vertrek het weerbericht en pak laagjes in, want een paar dunne lagen houden je warmer dan één dikke trui.
  3. Neem plastic zakken mee, zodat je natte spullen gescheiden blijven van droge.
  4. Plan op je aankomstdag niets anders dan opzetten, uitpakken en de omgeving verkennen.

Een vergeten tandenborstel of schone sokken koop je in de dichtstbijzijnde supermarkt. Portemonnee, identiteitsbewijs, sleutels en telefoon zijn de spullen die je echt niet thuis mag laten.

Rond je tent is het ’s avonds en ’s nachts kouder dan overdag. Dan bepaalt je kleding of je uitgerust wakker wordt. Het lagensysteem van outdoor kleding werkt in een tent net zo goed als op een wandelpad: een basislaag voert vocht af, een middenlaag isoleert en een buitenlaag houdt wind en regen tegen.